• marketing oriëntatie

    (0 stemmen)
    School: Newmancollege

    Marketing

     

    In de marketing- en reclamebranche werken mensen met zeer verschillende achtergronden. Marketeers in dienst van multinationals zijn vaak academici. Hun theoretische kennis en analytisch vermogen komen daar goed van pas. De creatieven bij reclamebureaus komen eerder van de kunstacademie of volgden een opleiding grafische vormgeving

     

    WERKVELD

    Waar kun je straks aan de slag? Onze alumni komen vaak terecht in salesfuncties (40-60%), marketingfuncties (20-30%) of inkoopfuncties (5-10%). Voorbeelden van werkvelden waar zij zich in begeven zijn, (sport)marketing, e-marketing, marktonderzoek, de reclamewereld, sponsoring, import of export.

    Functies marketing:

    • Brand Manager

    • Marketing Directeur

    • Marketing Manager

    • Online Marketeer

    • Product Manager

    klik voor details
    /img/missing-medium.jpg
    klik voor details
     
  • Oplossingen

    klik voor details
    /upload/5235.Screenshot 2018-10-11 at 13.17.58.png
    klik voor details
  • Statistische analyse

    klik voor details
    /upload/5236.Screenshot 2018-10-11 at 13.12.22.png
    klik voor details
  • Burndownchart

    klik voor details
    /upload/5237.IMG_2254.JPG
    klik voor details
  • planning

    Planning project Cross Jumps

     

    Week 35

    Les 1

    Eerste uur:

    Planning maken,  Logboek aanmaken en delen

    Tweede uur:

    burn down chart (Lola en Iris)

    Poster maken (Kim en SYlvie)

    Week 36

    Les 2

    Eerste uur: Burn down chart afmaken en poster afmaken

    Tweede uur: oriëntatie werken in recreatie/sporthal maak van ieder werkveld met algemene omschrijvingen van het werkveld. En de belangrijke eigenschappen van een werkgever. ieder groepslid schrijft een korte reactie op dit overzicht.

    Week 37

    Les 3

    Tsjechië

    Week 38

    Les 4

    Eerste uur: Moodboard wat zien wat marketing is & overzicht van verschillende factoren die het gedrag van kinderen kan beïnvloeden.

    Tweede uur: een opzet van onze enquête waarin de volgende aspecten staan: de gestelde vragen, respondenten

    Week 39

    Les 5

    Eerste uur: statische analyse van de antwoorden van de respondenten van het marktonderzoek.

    Tweede uur: 2 mogelijke oplossingen voor de problemen.

    Week 40

    Les 6

    Eerste uur: oplossing uitwerken

    Tweede uur: oplossing uitwerken

    Week 41

    Les 7

    Eerste uur: oplossing uitwerken

    Tweede uur: oplossing uitwerken

    Week 42
    Les 8

    Eerste uur: oplossing uitwerken

    Tweede uur: presentatie maken

    Week 43

    Les 9

    Eerste uur: presentatie maken

    Tweede uur: presenteren?

    klik voor details
    klik voor details
  • poster

    klik voor details
    /upload/5075.Screenshot 2018-09-20 at 13.49.13.png
    klik voor details
  • oriëntatie tieners

    Bij de Faculteit Communicatie en Journalistiek wordt er voor de ingang gerookt, terwijl er een groot symbool op de grond aangeeft dat het niet toegestaan is om daar te roken. De studenten, jongeren van 18 tot 25 jaar, maken een keuze om daar te gaan roken. Maar hoe maken deze jongeren keuzes? Dit essay is relevant voor de opleiding CMD omdat keuzes maken in alle takken binnen CMD voorkomt. Deze psychologische kant is essentieel voor de CMD’ er omdat ieder mens, dus ook iedere klant en gebruiker, keuzes maakt. De jongeren zijn een vaak voorkomende doelgroep en daarnaast ook niet de gemakkelijkste. Het brein van jongeren werkt anders dan het volwassen brein, wat het lastig maakt om op de keuzes in te spelen. Verschillende factoren beïnvloeden dit proces. In dit essay wordt uiteen gezet welke factoren dit zijn en hoe de jongeren van 18 tot 25 jaar keuzes maken. Keuzes bij jongeren Een keuze, wat is dat eigenlijk? Een keuze is het resultaat van een cognitief proces, waarbij de merites van meerdere keuzemogelijkheden tegen elkaar worden afgewogen. Het resulteert in de selectie van een van de meerdere keuzemogelijkheden. Een cognitief proces betekent het vermogen om iets te leren of te begrijpen. Een keuze mogelijkheid is vaak gekoppeld aan een bijbehorende actie. (Encyclo, 2015) In de hersenen zitten twee soorten systemen die keuzes maken. Het deliberatieve systeem is het systeem waarin we bewuste, weloverwogen beslissingen maken. Dit systeem werkt relatief traag. Het affectieve systeem werkt gevoelsmatig en snel, zonder dat we ons ervan bewust zijn. (Tiemeijer, C. 2009) Dit onbewuste deel treedt vooral op bij het probleem dat de jongeren op plekken roken waar het niet toegestaan is. Wat belangrijk is voor dit onderwerp is de rationele-keuzetheorie. De uiteindelijke keuze is gebaseerd op een rationele en logische afweging van opties, waarbij het maximaal haalbare voor het individu centraal staat. (Encyclo, 2015) Voor jongeren is dit erg belangrijk omdat zij egocentrisch zijn. Ze kunnen zich moeilijk verplaatsen in de beleving van iemand anders. (J/M ouders, 2014) Factoren gedragsbeïnvloeding Gedrag is het gevolg van een keuze die gemaakt wordt. Dit bestaat uit waarneembare handelingen en uit vormen van innerlijke activiteit die kunnen leiden tot waarneembare handelingen (Wijsman,E, 2013 ). Gedrag kan door veel verschillende factoren beïnvloed worden. Bij dit probleem zijn de volgende factoren van toepassing: - Fysische en geografische factoren - Psychische factoren - Sociale factoren “Waarom zou ik in de regen en kou gaan staan als ik ook droog kan staan en een stukje warmte van binnen meekrijg. Dan is mijn keuze snel gemaakt”, vertelt een geïnterviewde rokende jongen. Fysische en geografische factoren kunnen invloed hebben op het gedrag van de jongeren die roken bij de ingang. Fysische factoren zijn bijvoorbeeld het klimaat of het seizoen waarin iemand zich bevindt. Alleen voor de ingang van het FCJ is een overdekt stuk grond. Dit is precies waar de rokers niet mogen roken. Als het bijvoorbeeld regent, zullen de jongeren niet in de regen gaan staan, maar onder het afdakje. Ook psychische factoren zijn van toepassing op het gedrag van de jongeren die roken op de plek waar het niet toegestaan is om te roken. Jongeren zijn vaak onzeker en hierdoor extra gevoelig voor wat anderen van hen vinden. Hierdoor hebben ze de neiging om meeloopgedrag te vertonen. (Nelis, H, 2009) Als één van hun klasgenoten op de desbetreffende plek zal gaan roken, zullen zij hem of haar ook sneller volgen in dit gedrag. Daarbij komen we bij sociale factoren. Hierbij word je beïnvloed door andere mensen. Hier gaan we wat dieper op in. Influentials Als basisregel geldt dat mensen zich gemakkelijker laten beïnvloeden als ze iemand aardig vinden. Daarnaast heeft de peergroup, maar ook thuis, school en overige opvoeders de meeste invloed op jongeren. De impact van de peergroup wordt steeds belangrijker naarmate de jongeren ouder worden.(Nelis,H. 2009) Hierbij refereer ik naar de leeftijd van de rokende jongeren van 18 tot 25 jaar. De leeftijd van de jongeren laat zien dat ze aan het eind van de pubertijd zitten. Dit betekent dat de impact van de peergroup heel belangrijk is. De vriendschappen en netwerken met leeftijdsgenoten vertakken en verdiepen voortdurend. Ze zullen veel invloed hebben op het gedrag van de rokende jongeren. Een van de rokende jongeren verteld dan ook: “Als mijn vrienden op de plek staan waar er niet gerookt mag worden, ga ik niet in mijn eentje ergens anders staan. Als zij het doen, doe ik het ook maar.” Dit toont aan hoeveel invloed de peergroup op de jongeren heeft. Naast de peergroup zijn er ook verschillende identificatiemodellen waar jongeren zich mee identificeren. In de leeftijdscategorie waar de jongeren zich in bevinden, identificeren ze zichzelf vooral met leeftijdsgenoten. (Wijsman,E. 2013). Hieruit kan ik de conclusie trekken, dat de jongeren hun gedrag afstemmen op klas- en studiegenoten. Wanneer iemand op de ‘verboden te roken’ plek staat, zullen klas- en studiegenoten snel volgen aangezien zij een identificatiemodel zijn. De klas- en studiegenoten behoren daarnaast ook tot de peergroup, waar de jongeren hun gedrag op afstemmen. Het is belangrijk om te weten of de mensen die de jongeren beïnvloeden een zogenaamde machtspositie hebben. Als dit zo is, is de desbetreffende persoon gemakkelijker te beïnvloeden. In dit geval gaat het om referentiemacht. De machthebbende is dan iemand met wie je jezelf wilt vergelijken. Dit zal leiden tot identificatie met de machthebber. (Wiekens,2012). We hebben gezien dat jongeren zich snel identificeren met iemand van dezelfde leeftijd. De identificatiemodellen zullen dan ook enige vorm van macht hebben. (2009) Factoren keuzes beïnvloeden Bij jongeren zijn vier fases vast te stellen. 1. Lichamelijke en seksuele ontwikkeling 2. Cognitieve ontwikkelingen. 3. Ontwikkeling van de professionele identiteit: doorontwikkeling van je eigen identiteit. 4. Sociaal emotionele ontwikkeling: inzicht in jezelf in verhouding tot andere. In de tweede fase leren de jongeren keuzes maken. Dit start rond hun 14e levensjaar en is niet voor de leeftijd van 23 jaar klaar. Omdat deze vaardigheid nog niet voldoende ontwikkeld is in de hersenen van de puber, kun je concluderen dat de keuzes die jongeren maken nog niet van optimale kwaliteit zijn. Deze foutieve keuzes leiden dan ook tot foutief gedrag. We hebben gezien dat pubers foutief gedrag gemakkelijker overnemen van iemand met een invloedrijke positie. Jongeren kunnen gevolgen van handelingen slecht inzien.(Smits, A. 2014) Ze denken niet na over de consequenties. Ze handelen dan ook volgens de deontologische theorie. Deze theorie gaat ervan uit dat mensen bepalen wat goed is aan de hand van het moment en de actie zonder na te denken over gevolgen. De jongeren zullen gaan roken op de plek waar het niet toegestaan is, maar denken niet na over dat andere mensen hier last van zouden kunnen hebben. Hierbij komt ook kijken dat jongeren geen empathie en voorstellingsvermogen hebben. Dit heeft zich nog niet ontwikkeld in het puberbrein.(Nelis, H, 2009) Ze kunnen zich niet voorstellen dat andere mensen misschien last van de rook kunnen hebben. Normen behoren tot de belangrijkste sturingsmechanismen voor gedrag. Deze normen kunnen worden gedeactiveerd. Als duidelijk wordt dat normen niet belangrijk gevonden worden, leidt dit tot deactivering van die normen bij anderen. (Tiemeijer, C. 2009) Als andere rokers zien dat er al op de plek gerookt wordt waar het eigenlijk niet mag, zullen de andere rokers sneller gaan roken op de plek waar roken niet toegestaan is. Dit komt omdat de norm is. Jongeren leren belangrijke sociale vaardigheden van elkaar. Denk hierbij aan luisteren en initiatief nemen. Tegelijkertijd wordt er gesteld dat jongeren elkaar minder corrigeren. De remmende werking is in de hersenen van pubers nog niet sterk aanwezig, waardoor ze zichzelf en anderen minder afremmen en ontmoedigen bij risicovol gedrag. (Nelis, H. 2009) Deze theorie is goed toe te passen op de rokende jongeren. De rokende jongeren vertonen verkeerd gedrag. Dit is te verklaren doordat de remmende werking in de hersenen nog niet sterk aanwezig is.Interne motivatietechnieken Er worden interne motivatietechnieken gebruikt bij het maken van keuzes. Wat we net zagen is dat sociale factoren erg belangrijk zijn voor jongeren om keuzes te maken. Dit zien we goed terug in de piramide van Maslow. Volgens deze theorie vormen je motivatietechnieken je gedrag. De piramide is zo opgebouwd dat pas wanneer de ene behoefte voltooid is, het mogelijk is voor het individu om een hogere behoefte te voltooien. Onderaan de piramide staat de lichamelijke behoeften. Hierna volgt de behoefte aan veiligheid en zekerheid. Op de derde plek komt de sociale behoefte. De sociale behoefte kunnen we koppelen aan het gedrag van de jongeren. Pubers hechten veel waarde aan vriendschap en sociale relaties, maar denken ook veel na over het aanzien van groepsverbanden. (Leren. nl, 2013) Deze piramide wordt veel gebruikt om gedrag aan te koppelen. Toch denk ik dat we niet het gedrag van jongeren met deze theorie volledig kunnen verklaren. Volgens C. Wiekens is deze piramide slechts een beschrijving en heeft het geen verklarende functie. (2012)Gedragsverandering Nu is het van belang dat de rokende jongeren op een of andere manier hun gedrag veranderen. Een belangrijk punt is om van te voren aandacht te vragen van de jongeren om de boodschap over te brengen. (Wiekens, C.J. 2012) Zoals we gezien hebben is het bij dit proces belangrijk wie de persoon is die aandacht vraagt. Tijdens het overbrengen van de boodschap moet goed gelet worden op een positieve benadering naar de jongeren. Met behulp van symbolen staat duidelijk aangegeven dat er niet gerookt mag worden op de desbetreffende plek. Dit is een rood en streng bord. Ze worden hierbij niet positief benaderd, terwijl dit aspect erg belangrijk is bij de communicatie met jongeren. Negatieve benadering zal niet helpen bij het veranderen van het gedrag.(Nelis,H. 2009.) Wat ook belangrijk is bij het veranderen van gedrag bij jongeren, is dat straffen vaak niet effectief is. Het beloningscentra is in het puberbrein veel gevoeliger dan het strafcentra. Daarnaast is het strafcentra bijna onvindbaar in het brein van een puber. Om gedrag te veranderen is belonen effectiever dan straffen. Voor eenzelfde effect moet de straf zes keer zwaarder zijn dan de beloning. Je moet zes keer zo zwaar straffen als belonen om gedragsverandering voor elkaar te krijgen. Je kunt dus beter de consequenties duidelijk maken om daarna met een beloning het probleem op te lossen. (Tiemeijer, C. 2009) Ook moeten we goed beseffen is dat het gedrag bij elke puber anders is. De hersenen groeien en ontwikkelen zich op allemaal verschillende manieren. Het gedrag zal dus ook per puber anders zijn. (Smits, A. 2014)


    Conclusie Uit deze onderzoeken is te concluderen hoe jongeren keuzes maken en welk gedrag ze daarbij vertonen. Dit wordt veroorzaakt door verschillende processen in de hersenen van pubers. Een keuze is het resultaat van een cognitief proces, waarbij de merites van meerdere keuzemogelijkheden tegen elkaar worden afgewogen. Daarbij is de rationale keuze theorie, waarbij het maximale haalbare voor het individu centraal staat, belangrijk. Keuzes worden beïnvloed door verschillen factoren. Zo heeft de peergroup een heel grote invloed op de jongeren omdat de vriendschappen voortdurend verdiepen en vertakken. Het gedrag wat de peergroup vertoont wordt dan ook snel overgenomen door de jongeren. De vaardigheid om keuzes te maken is nog niet volledig ontwikkeld bij de jongeren. Ook kunnen de jongeren gevolgen van handelingen slecht inzien. Ze zullen zich niet beseffen dat hun gedrag negatieve gevolgen kunnen hebben. Het gedrag wordt ook gestuurd door normen. Deze normen kunnen gedeactiveerd worden, wat invloed heeft op het gedrag van de jongeren. Een andere factor is dat jongeren elkaar minder corrigeren. Ook is de remmende werking in hun hersenen is nog niet ontwikkeld. De keuzes worden door deze factoren beïnvloed. Om het gedrag van de jongeren uiteindelijk te veranderen, moet men rekening houden met verschillende elementen. Hierbij is positieve benadering erg belangrijk en is het verstandig om de het beloningscentra in de hersenen te raken. Daarnaast werkt straffen vaak niet op een effectieve manier.

    klik voor details
    klik voor details
  • moodboard Marketing

    klik voor details
    /upload/5091.Screenshot 2018-09-27 at 11.37.03.png
    klik voor details
  • Punten burndown chart

    1. Planning maken= 10 punten

    2. Logboek delen= 5 punten

    3. Poster maken= 20 punten

    4. Burndown-chart= 20 punten

    5. Lijst functies werkers= 8 punten

    6. Moodboard= 15 punten

    7. Overzicht verschillende factoren, gedrag kinderen en jongeren kunnen beïnvloeden= 15 punten

    8. Opzet enquête waarin ten minste informatie over de volgende aspecten staat= 17 punten

    9. Statistische analyse van antwoorden van de respondenten van het marktonderzoek= 20

    10. Twee mogelijke oplossingen voor het probleem= 10 punten

    11. Oplossing uitwerken en testen bij de doelgroep= 15 punten???

    12. Inleveren= 10 punten

    13. Presentatie= 40 punten

     

    Totaal aantal punten= 205

    klik voor details
    /img/missing-medium.jpg
    klik voor details
  • Enquête

    1. Wat voor cijfer geef je Cross Jumps?  

     

              1 2 3 4   5 6 7 8 9   10

     

    1. Wat vind jij dat we moeten doen om kinderen minder op hun telefoon te laten zitten?

     

    …………………………………………………………………… ……………………..

     

    …………………………………………………………………………………………..

     

    1. Ons idee was om een beloning uit te delen voor als je actief meedoet.

    Wat voor beloning zou je het liefst willen hebben?

    A . zakjes haribo snoep

    B. zakje chips. Keuze uit paprika, naturel of bolognese

    C. kleine marsjes, twix of snickers

               

               D eigen antwoord:...............................................................................



         4. Als je ongeveer één uur naar Cross jumps gaat, hoeveel minuten in dat uur            

              gebruik jij je telefoon denk je?

     

          …………………………………………………………………………………………

     

        5. Wat zou jij ervan vinden als telefoons verboden worden bij Cross jumps en        

              waarom?

     

           …………………………………………………………………………………………

     

           …………………………………………………………………………………………

     

       6. Zou het bij Cross Jumps minder leuk maken als we deze regels toepassen?

     

    ………………………………………………………………………………….….



       



     

       7. Heb je zelf nog een leuk idee om het bij Cross Jumps minder aantrekkelijk te                                   

       maken om spellen op je telefoon te spelen?

     

       ………………………………………………………………………………………………

     

       ……………………………………………………………………………………………...



      

    klik voor details
    klik voor details
  • presentatie

    klik voor details
    /img/missing-medium.jpg
    klik voor details